![]() Francine Brosens getransplanteerd oktober 2005 |
Mijn naam is Francine Aarts, geboren in 1955 met de erfelijke aandoening Cystic Fibrosis. Eind 2005, op de voor een CF-er respectabele leeftijd van 50 jaar, werd mij een kans op een verlengd leven gegund door de ultieme gift van een donor. Vooral omdat het mij gegund is, door de goede zorgen van doctoren en verpleegkundigen van meerdere ziekenhuizen, en ook door zelf met een positieve insteek de moeilijke weg aan te gaan, gaat het nu goed met me. Het
gaat goed. Ik
kies ervoor niet mijn hele verhaal direct toegankelijk op internet te
maken. _______________________________________________________________________________________________________
De taaislijmziekte gaf al in mijn jeugdjaren problemen. CF kon pas in de jaren 60 als zodanig worden gediagnostiseerd en ik moet een van de eerste zijn waarbij door middel van de zweettest de aandoening werd benoemd. Vanaf
ca. 1962 ben ik behandeld in een ziekenhuis in Roosendaal. Rond 1972
kwam ik in Ziekenhuizen in Breda terecht. In 1994 liepen de doctors in Breda met de behandeling vast en werd ik verwezen naar het Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein omdat daar sprake was van longtransplantatie. Van Nieuwegein werd ik naar het AZG in Groningen gestuurd, in Nederland het eerste ziekenhuis dat mocht werken aan en leren van longtransplantaties, destijds nog samen met Hamburg als studiefase. Het
AZG heeft me onderzocht en doorgestuurd naar het Leyenburg in Den Haag
omdat men oordeelde dat de CF-behandeling, mits specialistisch uitgevoerd,
nog ruimte gaf. In november 1997 werd ik thuis in Zundert voor de eerste keer opgeroepen omdat er voor mij longen waren. Samen met mijn man werden we met de ziekenwagen van Zundert naar Groningen gereden, een rit van 280 km. Daar eenmaal aangekomen bleken we te laat te zijn, we waren te lang onderweg geweest en de doctoren hadden besloten de longen alsnog toe te wijzen aan een andere snel op te roepen patient. In mineur konden we terug naar huis. In maart 1998 werd ik, toen ik opgenomen lag in het Leyenburg, weer opgeroepen omdat opnieuw longen waren aangemeld. De operatie werd echter opnieuw afgelast, deze keer omdat de eindcontrole van de donorlongen fout uitpakte, de kwaliteit bleek toch onvoldoende. In mineur moesten we weer verder. Gelukkig
bleef ik de tijd hierna best stabiel en de doctoren besloten, adviseerden,
om tijdelijk niet operabel te zijn. De risico's van een operatie zijn
immers best groot en hoe langer men in redelijkheid kan uitstellen hoe
beter het normaliter is. In 2004 was mijn conditie weer zo verslechterd dat de doctoren weer een screening voor me regelden, deze keer in het UMCU te Utrecht. Ik had voor het AZG mogen kiezen maar omdat Utrecht veel dichter bij was kozen we voor het AZU. In juni 2004 werd ik weer daadwerkelijk op de wachtlijst gezet. Mijn
conditie werd steeds slechter en in augustus 2005 werd ik op de urgentielijst
gezet. Ik was toen al weer herhaald opgenomen geweest in het Leyenburg
en lag toen uiteraard ook daar en wist dat ik niet meer vanuit dat ziekenhuis
thuis zou komen. In oktober 2005, niet veel dagen na mijn 50-ste verjaardag, kwamen opnieuw longen voor mij beschikbaar en gelukkig kon de transplantatie ook daadwerkelijk doorgaan, het was uitermate kantje boord geworden. De operatie verliep erg moeizaam en nam 13 uur in beslag. De eerste dagen, weken, waren erg spannend. Eind
november 2005 mocht ik van de IC naar een kamertje op de longafdeling
worden gebracht. Half
januari 2006 mocht ik het voorzichtig thuis gaan proberen. Dat pakte
verkeerd uit. Mijn bloed bleek te ver ontregeld en een opname in isolatie
was onvermijdelijk. Ruim
halverwege februari 2006 mocht ik opnieuw naar huis en vanaf dat moment
ben ik niet meer opgenomen geweest voor tegenslagen. Mijn herstel ging
langzaam maar gestaag. Momenteel ben ik vergaand opgeknapt. Tegenslagen
zijn verder uitgebleven en ik ben meer dan tevreden met de situatie
die nu is bereikt.
|